Inhalen vraagt meer dan een sneller voertuig. Je hebt toestemming volgens de regels, voldoende zicht en ruimte voor de volledige beweging nodig, zonder iemand tot uitwijken of remmen te dwingen.
Doe drie afzonderlijke controles
Lees eerst borden en markeringen. Beoordeel daarna het zicht voor en achter je. Bepaal ten slotte waar je veilig kunt terugkeren. Eén geslaagde controle vervangt de andere niet: geen verbodsbord zien is geen uitnodiging om in te halen.
Een bocht, hellingtop, kruispunt of rij geparkeerde voertuigen kan een andere weggebruiker verbergen. Begin niet aan een manoeuvre die alleen lukt als de onzichtbare ruimte leeg is.
Wees extra voorzichtig bij oversteekplaatsen
Haal geen motorvoertuig met meer dan twee wielen of gespan in dat een niet-geregelde voetgangers- of fietsoversteekplaats nadert of ervoor stopt. Het kan iemand verbergen die wil oversteken. Je krijgt die persoon mogelijk pas te zien wanneer veilig stoppen niet meer lukt.
Beschouw een stilstaand voertuig in een oefenafbeelding als een aanwijzing. Vraag eerst waarom het gestopt kan zijn.
Houd rekening met wie je voorbijgaat
Een fietser kan moeten uitwijken voor een put, deur of beschadigd wegdek. Laat de wettelijk vereiste zijdelingse afstand en waar nodig extra marge. Is daarvoor door tegenliggers of een smalle weg geen plaats, wacht dan. Achterblijven is een volwaardige veilige beslissing.
Controleer spiegels en dode hoek vóór je uitwijkt. Geef richting aan zonder voorrang te veronderstellen. Keer pas terug wanneer je de andere weggebruiker niet afsnijdt.
Controleer je redenering
Benoem bij elke vraag het relevante bord of de markering, wat je werkelijk ziet en waar de manoeuvre eindigt. Is iets onzeker, bepaal dan welke informatie ontbreekt. Zo leer je het verschil tussen “in beginsel niet verboden” en “hier en nu veilig uitvoerbaar”.
Officiële bronnen
Regels en procedures gecontroleerd op 21 september 2026. Raadpleeg de vermelde overheid voor latere wijzigingen; aangekondigde toekomstige regels gelden nog niet.



