Niet elke fout op het Belgische theorie-examen weegt even zwaar. De precieze procedure is gewestelijk. Vlaanderen vermeldt officieel dat een fout of onbeantwoorde gewone vraag één punt kost, terwijl een fout over een overtreding van de derde of vierde graad of over de toegelaten maximumsnelheid vijf punten kost. Wallonië gebruikt eveneens een aftrek van vijf punten voor een faute grave.
Het examen telt doorgaans 50 meerkeuzevragen en je moet minstens 41/50 behalen. Controleer altijd de actuele regels van het gewest waar je examen aflegt.
Punten: vier uitgewerkte voorbeelden
De gewestelijke bronnen beschrijven 50 vragen, minstens 41 punten om te slagen, één punt verlies bij gewone fouten en vijf bij zware fouten. Overtredingen van de derde en vierde graad en fouten over de toegelaten maximumsnelheid vragen extra aandacht. Een breed veiligheidsthema is niet automatisch een vijfpuntenvraag: kijk naar de precieze geteste regel.
| Fouten | Punten over en resultaat |
|---|---|
| 9 gewone; 0 vijfpuntenfouten | 50 − 9 = 41 · Geslaagd |
| 4 gewone; 1 vijfpuntenfout | 50 − 4 − 5 = 41 · Geslaagd |
| 5 gewone; 1 vijfpuntenfout | 50 − 5 − 5 = 40 · Niet geslaagd |
| 0 gewone; 2 vijfpuntenfouten | 50 − 10 = 40 · Niet geslaagd |
| Dit zijn rekenvoorbeelden, geen reden om een moeilijke vraag onbeantwoord te laten en geen voorspelling van je officiële resultaat. |
Zoek eerst het beslissende detail

Het rode licht beslist, niet de lege ruimte erachter. In deze gewone autosituatie, zonder andersluidend bevel van een bevoegd persoon, moet A vóór de streep stoppen. “De weg lijkt vrij” heft het licht niet op. De gewestelijke examenbronnen noemen roodlichtnegatie een zware overtreding.
Test jezelf: hoeveel punten blijven over na één vijfpuntenfout en vier gewone fouten? 41. En na nog een vijfpuntenfout? 36, dus onder de slaaggrens. Herhaal de gemiste regel en benoem het zichtbare detail dat je beslissing verandert.
Thema’s met hoge veiligheidsimpact
- Bevelen van politie, verkeerslichten, STOP, verboden richting en toegangsverboden.
- Correcte maximumsnelheid en aanpassen aan zicht, weer en verkeer.
- Bescherming van voetgangers en fietsers bij oversteken en afslaan.
- Regels over volle lijnen, rijrichting en verboden manoeuvres.
- Veilig inhalen bij kruispunten, bochten en kwetsbare weggebruikers.
- Alcohol, drugs, afleiding en voertuigcontrole.
- Overwegen, autosnelwegen, tunnels en noodsituaties.
Scan een verkeersbeeld in vijf stappen
- Regeling: persoon, lichten, borden en markeringen.
- Kwetsbare weggebruikers: voetgangers, fietsers en kinderen.
- Beweging: afslaan, rijstrookwissel, achteruitrijden of vertrekken.
- Ruimte: stopafstand, dode hoek, openslaande deur en uitwijkruimte.
- Snelheid: wettelijk maximum én veilige werkelijke snelheid.
Lees pas daarna de antwoordopties. Zo laat je je minder snel afleiden door een geloofwaardig maar onvolledig antwoord.
Vaak gemaakte zware denkfouten
Een maximum aanzien als aanbevolen snelheid; alleen auto’s bekijken en het fietspad missen; parkeerverbod en stilstaanverbod verwarren; denken dat een richtingaanwijzer voorrang geeft; of woorden als “moet”, “mag”, “maximum” en “behalve” te snel lezen.
Oefenen met resultaat
Noteer na elke fout de beslissende regel, het gemiste detail en de veilige handeling. Groepeer fouten per thema en herhaal ze daarna in gemengde verkeerssituaties. Zo bouw je herkenning op zonder officiële examenvragen uit het hoofd te leren.
Mazlet biedt originele oefenvragen en is niet verbonden aan GOCA, Mijn Rijbewijs B, overheden of examencentra.
Bronnen en geldende regels
Bronnen geraadpleegd op 11 oktober 2026. Raadpleeg de vermelde overheden voor latere wijzigingen.






