Verkeersborden worden overzichtelijk zodra je ze niet als één lange lijst leert. Herken eerst de familie, lees daarna het symbool en controleer ten slotte of een onderbord de regel beperkt of uitbreidt.
Deze gids beschrijft de situatie in juli 2026. De nieuwe Code van de openbare weg treedt volgens de federale planning op 1 juni 2027 in werking. Controleer dus altijd de actuele officiële leerstof.
De zes groepen die je moet herkennen
1. Gevaarsborden
De meeste gevaarsborden zijn driehoekig met een rode rand. Ze waarschuwen onder meer voor bochten, kruispunten, verkeerslichten, werken, kinderen, fietsers, voetgangers, een gladde rijbaan of een overweg. Zoek na het herkennen van het bord waar het gevaar kan verschijnen en pas snelheid en kijkgedrag aan.
2. Voorrangsborden
De omgekeerde driehoek betekent voorrang verlenen. Bij STOP moet je altijd volledig stoppen aan de stopstreep of op een plaats met voldoende zicht en daarna voorrang verlenen. De gele ruit duidt een voorrangsweg aan tot een eindebord de regeling opheft. Zonder bevoegd persoon, verkeerslicht of voorrangsbord kan voorrang van rechts gelden.
3. Verbods- en beperkingsborden
Deze borden zijn meestal rond met een rode rand. Denk aan verboden richting, verboden toegang, inhaalverbod, maximumsnelheid en beperkingen voor massa, breedte of hoogte. Verwar een maximum nooit met een snelheid die je verplicht moet halen.
4. Gebodsborden
Blauwe cirkels verplichten doorgaans een handeling: een richting volgen, langs een bepaalde zijde voorbijrijden of een aangeduid pad gebruiken. Een blauw rond bord is dus geen vrijblijvende informatie.
5. Stilstaan en parkeren
Een blauwe cirkel met rode rand en één schuine rode streep verbiedt parkeren. Het rode kruis verbiedt zowel stilstaan als parkeren. Pijlen en onderborden tonen begin, herhaling, einde, tijdsvenster of betrokken voertuigcategorie. Let ook op parkeervakken, betalende zones en voorbehouden plaatsen.
6. Aanwijzings- en informatieborden
Deze borden tonen hoe de weg georganiseerd is: autosnelweg, autoweg, eenrichtingsverkeer, oversteekplaats, woonerf, voetgangerszone, tunnel of parking. Het bord activeert vaak specifieke regels; “informatie” betekent niet dat je het mag negeren.
Onderborden, markeringen en tijdelijke signalisatie
Lees eerst het hoofdbord en daarna het onderbord. Dat kan afstand, richting, periode of voertuigcategorie bepalen. Tijdelijke oranje-gele markeringen en werfsignalisatie kunnen de normale inrichting vervangen. Bevelen van bevoegde personen en werkende verkeerslichten gaan in de concrete situatie vóór gewone borden.
Vaak verwarde borden
| Paar | Verschil |
|---|---|
| Voorrang verlenen / STOP | Bij STOP is volledig stoppen altijd verplicht. |
| Parkeerverbod / stilstaanverbod | Het rode kruis verbiedt ook vrijwillig stilstaan. |
| Verplichte richting / eenrichtingsweg | Een cirkel geeft een bevel; een rechthoek beschrijft de weg. |
| Einde beperking / nieuwe limiet | Een eindebord heft alleen de genoemde beperking op. |
Vier stappen bij een examenvraag
- Herken vorm en kleur.
- Formuleer de precieze regel.
- Controleer onderbord, rijstrook, pijlen en markeringen.
- Bepaal de actie: stoppen, voorrang verlenen, vertragen, positie kiezen of doorrijden.
Leer borden in contrasterende paren en oefen ze in verkeerssituaties. Noteer fouten per familie, zodat je niet alleen één afbeelding onthoudt maar het hele patroon begrijpt.
Mazlet gebruikt eigen leervragen en is niet verbonden aan de overheid, GOCA, Mijn Rijbewijs B of examencentra.

