Terug naar blog
Voorrang

Voorrangsregels in België duidelijk uitgelegd

Begrijp voorrang van rechts, STOP, voorrang verlenen, voorrangswegen, rotondes, trams en manoeuvres met één vaste beslismethode.

8 min lezenMazlet-redactie
Bovenaanzicht van auto’s op een kruispunt met STOP en voorrang verlenen

Voorrangsvragen lijken moeilijk omdat meerdere regels tegelijk zichtbaar zijn. Los ze op in een vaste volgorde en niet op basis van wie het eerst lijkt aan te komen.

Welke instructie beslist?

Controleer achtereenvolgens:

  1. Bevelen van een bevoegd persoon.
  2. Werkende verkeerslichten.
  3. Voorrangsborden en wegmarkeringen.
  4. Algemene regels, waaronder voorrang van rechts.

Een politiebevel wordt niet opgeheven door een groen licht. Als verkeerslichten de beweging regelen, pas je voor die beweging niet alsnog voorrang van rechts toe.

Voorrang van rechts

Op een kruispunt zonder andere regeling verleent een bestuurder in het algemeen voorrang aan een bestuurder die van rechts komt. “Wie eerst aankomt” is geen vervangende regel. Nader traag genoeg om de rechterzijweg te controleren en zo nodig te stoppen.

Wie voorrang heeft, mag een voorzienbare aanrijding nooit bewust uitlokken.

Voorrang verlenen, STOP en voorrangsweg

Bij het omgekeerde driehoekige bord moet je voorrang verlenen. Je hoeft alleen niet volledig te stoppen wanneer zicht en verkeer veilig doorrijden toelaten. Bij STOP stop je altijd volledig.

De gele ruit markeert een voorrangsweg. Let op het eindebord en op schema’s die tonen hoe de voorrangsweg door het kruispunt loopt. De dikke lijn kan afbuigen: visueel rechtdoor rijden is dan niet noodzakelijk de voorrangsroute.

Rotondes

Lees altijd de borden. Bij de gebruikelijke gesignaleerde rotonde krijgen bestuurders aan de ingang een bord voorrang verlenen en laten ze het verkeer op de rotonde voorgaan. Kies tijdig de juiste positie, snijd geen rijstrook af en geef richting aan bij het verlaten.

Manoeuvres

Wie een manoeuvre uitvoert, moet andere weggebruikers voorrang verlenen. Denk aan uit een parkeerplaats vertrekken, achteruitrijden, keren, van rijstrook veranderen of vanuit een eigendom de weg oprijden. Richting aangeven communiceert je bedoeling maar creëert geen voorrang.

Bij het afslaan controleer je ook voetgangers en fietsers die de weg oversteken die jij wilt inrijden. Kijk naast en achter je, zeker bij een parallel fietspad.

Trams en smalle doorgangen

Trams hebben bijzondere regels en zijn geen gewone auto in een rechts-links-puzzel. Prioritaire voertuigen met de vereiste signalen moet je veilig doorgang geven. Aan een smalle doorgang kunnen twee tegenovergestelde borden de voorrang bepalen, maar niemand mag een geblokkeerde doorgang forceren.

Vijf controlevragen

  • Wie regelt het verkeer?
  • Welke borden en lijnen gelden per richting?
  • Voert iemand een manoeuvre uit?
  • Welke trajecten kruisen werkelijk?
  • Wat verandert nadat het eerste voertuig rijdt?

Noem bij het oefenen eerst de regel en pas daarna de volgorde. Zo leer je redeneren in plaats van afbeeldingen uit het hoofd te leren.

Officiële bronnen

Deel dit artikel